De traditionele son (ook wel cubaanse blues genoemd) is eind achttiende eeuw geboren op het platteland van Cuba, in de Oriente, het oostelijk deel van Cuba.  Tot 1905 was dit deel van Cuba bekend als de provicie "Santiago de Cuba" later omstreeks 1976 is deze provicie opgedeeld in 5 provincies; Granma, Guantanamo, Holguín, Las Tunas en Santiago de cuba. Hoewel de Son is ontstaan in Cuba, heeft zij haar wortels in West-Afrika en Spanje.

Slaven, beroofd van al hun bezittingen, begonnen aangekomen op Cuba percussie instrumenten te maken zoals zij die zich herinnerde. Ritmes die zij hierop speelden, vormden de basis gecombineerd met spaanse gitaar en zang, die werden meegebracht door spaanse emigranten.


De son is dé vader van bijna alle cubaanse ritmes en de oorsprong van de bekende salsa. Kenmerkend zijn het ritme van de son (‘contra tiempo’, oftewel: tegen het ritme in), de percussie-instrumenten en de manier van zingen (meerstemmig koor afgewisseld met solozang). Bekende son-groepen zijn de Buena Vista Social Club en de Vieja Trova Santiaguera.