Er wordt vanuit gegaan dat rond 3500 VC mensen voor het eerst naar Cuba voeren vanuit Zuid-Amerika. In eerste instantie woonden er vissers, jagers en verzamelaars op het eiland. Later kwamen daar de agrarische Taino, een afstamming van de Arawak Indianen, bij. Christopher Columbus landde op 27 oktober 1492 op het eiland en tegen het jaar 1514 was het eiland veroverd door de Spaanse kroon.

Cuba te Llama - Conquistadors

Vee-ranches werden de belangrijkste bron van inkomsten in Cuba. Er werden grote boerderijen gemaakt om de tot slaven gemaakte Indianen te huisvesten. In 1542 toen het systeem was afgeschaft, waren er nog slechts 5.000 Indianen in leven van de geschatte 100.000 Indianen die een halve eeuw daarvoor nog leefden.

Daarom haalden de Spanjaarden vanaf dat moment Afrikaanse slaven ter vervanging. In tegenstelling tot de Noord-Amerikaanse slaven behielden de Cubaanse Afrikaanse slaven hun stamgroepen en bleven bepaalde aspecten van hun cultuur behouden. De Afrikaanse slaven namen het ritme en de rituele dansen mee naar Cuba. Hier vermengde de invloeden zich met de Spaanse gitaren en melodieen. Vervolgens paste deze muziek zich aan en verspreidde zich over het Amerikaanse continent. De conga-lijndans is ontstaan door de slaven die achter elkaar dansten.